Het urencriterium: 1.225 uur, uitgelegd
De urendrempel achter de zelfstandigenaftrek en startersaftrek, en wat er echt meetelt.
Bijna elke aftrekpost die ertoe doet voor een ZZP'er draait eerst om één getal: het urencriterium. Haal je 1.225 uur in het kalenderjaar, dan gaat de deur naar de grote aftrekposten open. Mis je hem, dan blijven die aftrekposten dicht, hoe echt de onderneming ook is.
Die deur leidt naar de zelfstandigenaftrek en, in je eerste jaren, de startersaftrek. De urentoets is de gedeelde horde; de rest van de aangifte wordt pas interessant als je die haalt.
Begin je in juli, dan blijft de lat voor dat kalenderjaar 1.225 uur. De Belastingdienst deelt de drempel niet door omdat je later start, dus een late start betekent een dichter urenplan, geen lager doel.
Welke uren tellen echt mee
Factureerbare uitvoering telt mee, en ook het werk dat nooit op een factuur staat: offertes, acquisitie, boekhouden, factureren, betalingen achterna zitten, de site bouwen, en reizen tussen klanten. Wat niet meetelt is tijd die eigenlijk vrije tijd is, studie omwille van de studie, of een hobby die een inspecteur niet eerlijk zakelijk zou noemen.
Een wekelijks logboekje is geen wettelijk formulier dat je moet indienen, maar je moet de uren aannemelijk kunnen maken als daarom wordt gevraagd. Een lopend notitieboekje wint het van een zelfverzekerde reconstructie in april. Kwartaal kan het logboek voor je bijhouden; de onderbouwing blijft van jou.
De meer-dan-de-helft-regel
Bovenop 1.225 uur moeten de meeste mensen ook meer tijd aan de onderneming besteden dan aan al het andere, inclusief een baan in loondienst. Vroeg in de rit kan de startersuitzondering die tweede toets een paar jaar laten vallen. Lees de gids over startersaftrek voor de booster bovenop de uren, en de gids over zelfstandigenaftrekvoor wat de aftrek zelf waard is zodra je de horde haalt. Er bestaat ook een verlaagd urencriterium bij arbeidsongeschiktheid; dat pad valt buiten deze gids.